Ik ben altijd op zoek naar de onbekendere plekjes, het echte Kreta, de niet toeristische attracties. Maar de toeristische plekken zijn dat vaak met een goede reden, ze zijn (meestal) het bezoeken meer dan waard. Een goede tijd om rond te rijden en deze te bezoeken is na het zomerseizoen, voor de herfst(winter)regens de wegen slechter maken, of in het voorjaar, voor de hete zomer begint. Dan kun je (vrijwel) alleen zijn op plaatsen waar normaal busladingen toeristen komen. De lente en het najaar zijn bij uitstek geschikt voor rondtoeren en wandelen. Aangezien er al veel informatie te vinden is over een aantal van de bezienswaardigheden hieronder (met name Vai, Moni Toplou en Sitia en omgeving), ga ik er niet te diep op in. Maar ik wilde ze wel laten zien, omdat ze een belangrijk deel van Lasithi zijn, en absoluut de moeite waard om te bezoeken.

Sitia

Sitia is de meest oostelijke stad van Kreta met zo’n 10.000 inwoners, aan de West-zijde van een baai. De stad heeft een eigen vliegveld (met blinkend nieuwe terminal) en een haven met boten naar Pireus, de Cycladen en Dodecanese eilanden. De oude binnenstad is leuk om in rond te wandelen met de traditionele huizen en binnenplaatsjes en Sitia heeft een mooie promenade, veel leuke winkeltjes en cafétjes en een lang strand.

Wat is er te zien in Sitia?

  • Kazarma (Casa di Arma) fort, gebouwd door de Venetiërs in de 13e eeuw op de top van de heuvel met een mooi uitzicht over de stad.
  • Petra, een Minoische nederzetting/paleis. Natuurlijk móest ik daar wel heen, maar het was helaas gesloten. Passerende politieagenten vertelden ons dat ze het nog nooit open gezien hebben, maar ik was er in november. In het seizoen is het wel open heb ik gelezen en gehoord. Het uitzicht over de stad vanaf de heuvel is prachtig, dus de moeite waard het weggetje even op te rijden, zelfs als het dicht is.
  • De Venetiaanse villa van Etia, een klassiek voorbeeld van Venetiaanse architectuur.
  • Tripitos, Hellenistisch Sitia, 3km ten Oosten van Sitia.
  • Het archeologisch museum.
  • Het klooster van Panagia Faneromeni.

Moni Toplou

Het Toplou klooster ligt 10km ten Oosten van Sitia en is één van de meest historische kloosters van Kreta, gebouwd in midden 15e eeuw met een lange, gebeurtenis-volle geschiedenis. De oude naam is het klooster van Panagia Akrotiriani. (Heilige Maagd van de Kaap). Het klooster is de eigenaar van grote stukken land op deze oostelijke punt van Kreta, tot aan (en inclusief) Vai toe.

Het is gebouwd als een fort met een 10m hoge muur en heeft 40 kamers verdeeld over 3 verdiepingen, een 33m hoge kloktoren en een waterbron. Moni Toplou is gewijd aan de Maagd Maria en Sint Johannes en heeft beroemde 18e eeuwse iconen. Het is erg toeristisch, het staat op alle ‘wat te zien op Kreta’-lijstjes. Hele busladingen komen hier dagelijks tijdens het seizoen. Maar daar buiten is het een bezoek zeker waard. Wij volgden een groepje Griekse toeristen naar binnen, en konden zo en gratis meegenieten in de kapel van de uitleg en kleine dienst, en buiten in alle rust rond wandelen. Het klooster maakt ook biologische olijfolie en wijn. De wijnmakerij kun je ook bezoeken en ligt aan de overkant van de straat.

Vai Palm Forest and Beach

Het strand van Vai is het beroemdste strand van Oost-Kreta. Het palmenbos van Vai is de grootste van Europa met zo’n 5000 bomen, de Phoenix(Dadel)-palm (Phoenix theophrasti). Samen met het strand met gouden zand en de helderblauwe zee geeft het een Carribisch gevoel. Ooit (jaren 70) is hier de reclame voor Bounty opgenomen, waarna het strand ‘ontdekt’ werd door de massa. Tijdens de zomer kan het er enorm druk zijn, hele busladingen komen hier, en als je een plekje wil vinden moet je of vroeg zijn of een stukje lopen. Er is ook een mooi, en wat rustiger strandje net achter de rots waar het uitzichtspunt op staat. Het is betaald parkeren, er zijn strandstoelen en parasols te huren en er is een kantina, allen met vrij hoge prijzen. Het is wel een absolute must of (een keer) te bezoeken. Na het drukke zomerseizoen is het er een stuk rustiger en nog warm genoeg om te zwemmen. En als je echt in alle stilte daar wil zijn ga dan tussen Oktober en Maart, dan heb je het strand voor jezelf, zoals op de foto’s.

Kouremenos strand

Het langste strand in het gebied (zo’n 1.5km lang), liggend tussen twee kapen, is Kouremenos strand.
Het is deels georganiseerd met wat strandstoelen en parasols, en er zijn douches en tavernes/bars. Het strand heeft bruin zand, ondiep turquoise water en tamarisk bomen.

Kouremenos is beroemd in heel Europa onder wind- en kite-surfers, omdat de wind hier altijd goed is. Zomers is de wind gemiddeld Beaufort 6 en is het de meest wind-zekere plek van Europa. Het is dé plek om heen te gaan als je wil wind- of kitesurfen. Er zijn boards te huur en er worden lessen gegeven en geschikt voor zowel beginners (dichter bij het strand) als voor experts.

Palekastro

Palekastro is het grootste dorp van Sitia, met zo’n 1100 inwoners. In de Minoische tijd was het al een handelscentrum en de Venetianen hadden er een fort (op de heuvel Kastri, waar het dorp de naam aan te danken heeft). Er komen redelijk wat toeristen, maar geen massa-toerisme.
Hier komen de surfers en mensen die een ontspannen vakantie willen.
De inwoners leven grotendeels van de landbouw (olijven en druiven), al is toerisme een goede tweede inkomstenbron. Vele mooie stranden in de buurt!

Zakros

Zakros of Epano (Ano) Zakros ligt in een vruchtbare vallei tussen twee heuvels. Het is het commerciële en administratieve centrum van het gebied. Het gebied is beroemd om de waterbronnen, die het land zo groen maken, vol met olijf- en sinaasappelbomen. Zakros is een vrij groot, (zo’n 1000 inwoners), schilderachtig dorp.

Het bestaat uit Epano (boven) en Kato (beneden) Zakros. Tussen beide ligt de Vallei der Doden, een kloof vol oleanders en platanen met grotten die ooit door de Minoërs als begraafplaatsen gebruikt werden (vandaar de naam); het beroemde E4-wandelpad eindigt aan het einde, in Kato Zakros. Boven in het dorp liggen de grote en bekende waterbronnen van Zakros en in het dorp zijn gerestaureerde watermolens. De moeite van het bezoeken waard. Koffie drinken op het centrale plein en het Kretenzer leven voorbij zien komen is ook een aanrader.

Rij vanuit Zakros naar beneden naar Kato Zakros om het Minoische paleis te bekijken, de kloof te lopen, of om te zwemmen en wat te eten. Meer over Kato Zakros kun je hier lezen.

Vanaf Zakros zijn er twee mogelijkheden:
– Heb je nog genoeg tijd, neem dan de weg naar Xerokambos. Daar vandaan kun je de haarspeldbochten omhoog rijden naar Ziros, en over het kleine plateau via Handras terug naar beneden naar de kust en Makrigialos. (tip: koop wat lokale wijn bij de supermarkt of het café in Handras, Ziros of Armeni!)
– Rij terug door Zakros, en neem bij Adravasti het weggetje links naar Karydi. Deze weg leidt door de bergen en is prachtig, met een ‘in the middle of nowhere’ gevoel, mooie uitzichten en onherbergzaam landschap. Je komt er weinig mensen of auto’s tegen en de weg komt weer uit bij Handras. Eén van mijn favoriete wegen om te rijden!

Sitia

Moni Toplou

Vai

Kouremenos

Palekastro

Zakros

Kato Zakros

Xerokambos

Chandras

Ziros